Voedselbanken Drenthe en Groningen willen dat meer mensen in aanmerking komen voor boodschappen

Het normbedrag om in aanmerking te komen voor de voedselbank moet omhoog. Dat bepleit de Voedselbank Het Hogeland. Dat wil zeggen dat er meer personen in aanmerking zouden komen voor hulp van de Voedselbank.
Dat normbedrag – het geld dat je overhoudt na alle vaste lasten – ligt nu op 150 euro plus 100 euro per persoon in een huishouden. Een tweepersoonshuishouden komt dus in aanmerking voor producten van de Voedselbank als ze maandelijks ten hoogste 350 euro overhouden voor boodschappen, kleding, abonnementen en andere uitgaven.
Maar nu de boodschappen zoveel duurder zijn, moet dat bedrag omhoog, vindt Jan Hink, voorzitter van Voedselbank Het Hogeland. „We willen dat niet als enige doen, om scheve situaties te voorkomen.” De organisatie schreef daarom een voorstel. Dat zal maandag in een provinciaal overleg tussen voedselbanken worden besproken en volgende week op de landelijke ledenvergadering.

Is het wel op te brengen?
De grote vraag blijft wel: maken de stichtingen het zichzelf dan niet te moeilijk? Het aantal klanten van de Voedselbank steeg sowieso al door de hoge energieprijzen, terwijl de hoeveelheid gedoneerde producten aan de voedselbank afneemt. Supermarktketens beheren hun voorraden efficiënter en verkopen meer boodschappen tegen bodemprijzen om verspilling tegen te gaan. Omdat een groeiend aantal mensen moeilijk kan rondkomen, vinden deze koopjes vaak gretig aftrek. Als ook het normbedrag omhoog gaat, komen nog meer mensen in aanmerking voor hulp.
Een begrijpelijke vraag, vindt Hink. „Aan het begin van dit jaar vond er ook een normverhoging plaats. Daar was toen wel aarzeling voor. Maar zolang dat nodig is, moet het gewoon gebeuren. Dan moeten we nog maar meer ons best doen.”

Dat onderschrijven ook andere voedselbanken in Drenthe en Groningen. Wim Oosting, voorzitter van Voedselbank Hart van Drenthe (vestigingen in Assen, Beilen en Gieten) vindt het een uitzonderlijk slechte redenering om vanwege extra klanten af te zien van een normverhoging. „Dat is een redenering waar ik echt boos van word. Die gedachtegang is fout. Armoede heb je niet in de hand. Als een ziekenhuis de patiëntenstroom niet aan kan, zegt men ook niet: je mag niet meer komen.” Hij is het dan ook roerend eens met een verhoging van de norm.

‘Energiebedrag even naar beneden’
Omdat boodschappen gemiddeld 18,5 procent duurder zijn dan een jaar geleden (onderzoek marktbureau GfK), pleit ook Maria Jongsma voor een normverhoging. Zij is bestuursvoorzitter Voedselbank Stad en hoort van de moeilijkheden waar klanten mee kampen. „Er zijn nu mensen die zeggen: ik heb mijn maandbedrag van energielasten naar naar beneden bijgesteld, om boodschappen te kunnen halen. Maar als het jaarafrekening komt, hebben mensen geen reserves en komen ze in de schulden.”
Zij verwacht dat de normverhoging – het voorstel van de collega’s uit Het Hogeland – zonder enig probleem landelijk zal worden aangenomen. In ieder geval als informele richtlijn. „Ons aanmeldteam gaat al iets royaler met die normen om. Wij tellen er al 18 procent bij op.”

Grote uitdagingen
Wel erkent zij dat de voedselbanken na het aannemen van zo’n voorstel voor een grotere uitdaging komen te staan. „Misschien zullen de producten op termijn nog iets meer verdeeld moeten worden. Maar we blijven ons best doen voor een goed aanbod.”
Een andere urgente uitdaging is volgens Jongsma het krijgen van voldoende vrijwilligers in deze krappe arbeidsmarkt.