Er is geen gebruiker ingelogd

Advertenties
Het is goed zo

Het is goed zo

02-5 Kortgeleden kwam ik iemand tegen bij de supermarkt. Hij stond bij de groenteafdeling. In een flits herkende ik hem meteen: een oud-collega. Hij was niet echt mijn vriend geweest, maar toch … Ik wilde hem begroeten en dichterbij gekomen riep ik hem bij zijn naam. Hij reageerde echter niet. Ik ging naast hem staan, herhaalde zijn naam en keek hem aan. Hij was het echt en toch ook weer niet. Zijn ogen keken niet begrijpend en uit zijn mond klonken wat onsamenhangende woorden. We stonden daar hulpeloos.

Opeens kwam er een mevrouw naar me toe. Het was zijn vriendin, maar ik kende haar niet. Destijds had hij een andere relatie. Ze stelde zich aan mij voor en vroeg wat ik van hem wilde. Ik vertelde dat ik dacht dat hij een oud- collega van mij was, maar dat ik wat aan mijzelf begon te twijfelen. Na doorvragen bleek het wel te kloppen. We raakten verder in gesprek en na een minuut of tien stelde zij voor om met haar mee te lopen naar haar huis om onder genot van een kop koffie in alle rust mij over zijn toestand te vertellen. Ze gaf hem een stevige arm en hij drentelde met ons mee.

Hoewel ik voor haar een vreemde was, had zij een enorme behoefte om over de geestelijke en lichamelijke situatie van haar partner, mijn oud-collega, te vertellen. Het viel haar zwaar. Hij was al een paar jaar niet meer de man waarmee ze een relatie was begonnen. Het was zo verdrietig: ze kon niets meer met hem delen, niet meer samen lachen en niet meer samen huilen.
En dan die onverklaarbare angsten van hem; ze wist zich er geen raad mee. Onder het vertellen streelde ze af en toe zijn handen of pakte een tissue om zijn mond af te vegen. Hij staarde afwezig voor zich uit. Ik luisterde vooral naar haar, knikte begripvol en stelde heel af en toe een vraag. Na een uur nam ik afscheid van haar. We wisselden telefoonnummers en mailadressen uit.

Twee maanden later zag ik haar weer. Op zijn crematie. Na afloop sprak ik nog een poosje met haar. Ze zei dat het goed was dat hij gestorven was. Hij had nu zijn rust. Hoewel ze verdrietig was, had ze er vrede mee… Het was goed zo.

Even later sprak ik zijn zoon. Hij had het erg moeilijk met het overlijden van zijn vader. Het leek bijna of hij zijn stiefmoeder het kwalijk nam dat zijn vader er niet meer was: ”… hij had af en toe nog een helder moment en soms leek het net of hij een gesprek wilde beginnen…” dan was het net of zijn oude pa weer tegenover hem zat.
Ik begreep zijn verdriet en vertelde van mijn ontmoeting in de supermarkt en het gesprek met zijn stiefmoeder daarna, over haar verdriet, haar twijfels en haar eenzaamheid.

Tegenover mij een jonge vent van een jaar of veertig die stond te schokschouderen. De tranen liepen hem over zijn wangen. Ik pakte hem even bij zijn schouders en fluisterde hem toe: “Praat nog eens met haar.” Hij knikte en zei zachtjes: “Ja, straks als iedereen weg is. Bedankt, dat je naar mij wilde luisteren.” Toen liep hij weg naar een andere aanwezige. Ik keek hem na. Als twee druppels zijn vader.

Hans Greuter

terug naar overzicht